Post | August 2019 | 4 min read

In drie stappen naar een vacatureaanbod voor flexvrijwilligers

Written by Louise de Sadeleer
grandvision doet aan vuilnisrapen

Vanuit de wetenschappelijke literatuur weten we dat kortdurend, eenmalig en onregelmatig vrijwilligerswerk toeneemt. Al zeker tien jaar is er in Nederland een groeiende groep flexvrijwilligers, maar die kunnen lang niet overal terecht. Hoe kunnen organisaties flexibel vrijwilligerswerk integreren in het bestaande vacatureaanbod?


Dat flexibel vrijwilligerswerk nog niet bij iedere organisatie beschikbaar is, komt vooral omdat het integreren van flexibele vrijwilligersfuncties in het bestaande vacatureaanbod best wat moeite vergt. Een stichting of vereniging zal goed naar de behoeftes van een nieuwe generatie vrijwilligers moeten kijken, maar moet ook de eigen behoefte aan mankracht en specialismes niet uit het oog verliezen. 


Stap 1: inventariseren


Een eerste stap naar het flexibiliseren van het vacatureaanbod is dan ook het maken van een gedetailleerde inventarisatie van wat er binnen de organisatie aan inzet van vrijwilligers nodig is. Hoeveel vrijwilligers zijn er nu? Hoeveel uren maken zij? Welke taken worden er op dit moment vervuld? Zijn er mensen die specialistische activiteiten uitvoeren? Wat zijn de wensen van de vaste vrijwilligers met het oog op de toekomst? Zijn er nieuwe vacatures of komen er op korte termijn functies vrij? 



Ympact020 zet vacatures uit voor de verschillende rollen die het team probeert te vullen. Van social media manager tot adviseur over CRM systemen.


Stap 2: herverdelen


Uit onderzoek blijkt dat zowel drukbezette mensen als jongeren een meer positieve houding tegenover vrijwilligerswerk hebben als functies of taken een vooraf vastgestelde duur hebben. Ze willen zich graag inzetten voor een organisatie, maar willen zich niet committeren aan een functie voor onbepaalde tijd. Voor hen moet het mogelijk zijn om vrijwilligerswerk te doen zonder die langdurige of zware verplichting aan te gaan. 


Dat vereist van organisaties dat ze naar de bezetting en het vacatureaanbod kijken en bepalen welke functies of taken ‘verlicht’ kunnen worden: ze kunnen opgedeeld worden in kleine stukjes, zodat meerdere vrijwilligers bijvoorbeeld op projectbasis aan de slag kunnen met het opknappen van verblijven in het dierenasiel of het acquireren van sponsoren. Managers moeten zich niet laten afschrikken door het idee dat er meer mensen nodig zijn voor het vervullen van hetzelfde werk: de (nieuwe) energie die een groep flexvrijwilligers meebrengt zorgt er vaak voor dat de werkzaamheden in korte tijd afgerond zijn.



Foto: BOOST Transvaal legt duidelijk uit wat iemand kan verwachten tijdens een namiddag als taalvrijwilliger.


Het herverdelen of opknippen van taken is dus de tweede belangrijke stap in het flexibiliseren van het vacatureaanbod. Let daarbij wel op dat de functies, zelfs als ze maar voor één dag zijn, aan een aantal eisen voldoen. Om flexvrijwilligers te verleiden moeten de functies:


  • Duidelijk afgebakend zijn (taken mogen variëren, maar houd het binnen hetzelfde domein)
  • In de vastgestelde periode af te ronden zijn
  • Een grote kans op succes en voldoening hebben
  • Ruimte bieden aan eigen initiatief/ideeën
  • Ruimte bieden om in groepsverband uitgevoerd te worden


Stap 3: begeleiden


Na het anders inrichten van de functies is een derde essentiële stap het zorgen voor goede begeleiding van de flexibele vrijwilligers. De flexvrijwilligers kennen de organisatie vaak nog niet, komen maar voor korte tijd en moeten in die periode het gevoel krijgen dat wat ze doen echt bijdraagt aan het doel van de organisatie. 

Zorg daarom dat de flexvrijwilligers een vast aanspreekpunt hebben, iemand die hen leert kennen en weet welke vaardigheden ze bezitten. Ook al is het maar voor korte duur: de vrijwilligers willen van betekenis zijn, en dat lukt beter als ze hun specifieke skills kunnen toepassen en feedback richting de organisatie kunnen geven over de taak of het project dat ze uitvoeren. Die feedback is ontzettend belangrijk om het flexibele vacatureaanbod te kunnen verbeteren, om daarmee weer nieuwe flexvrijwilligers aan te trekken.


Levert het echt iets op?


Dit alles vergt een forse inspanning van organisaties. Het opzetten en managen van activiteiten speciaal voor flexibele vrijwilligers kost medewerkers tijd. Het kost een organisatie vaak ook extra geld. En dan is er nog het probleem dat sommige flexibele functies gewoon niet aansluiten bij de bestaande dienstverbanden in een organisatie. Zo merken onderzoekers Paine, Malmersjo en Stubbe in een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Vrijwillige Inzet Onderzocht op dat het in Nederland niet mogelijk is om in het weekend vrijwilligerswerk te doen in verzorgingshuizen, omdat activiteitenbegeleiders (betaalde krachten) dan niet aanwezig zijn. 


Als tussenpersoon tussen organisaties en vrijwilligers vinden wij het bij Deedmob niet gek dat veel stichtingen en verenigingen zich afvragen of het najagen van flexvrijwilligers wel de moeite waard is. Worden op deze manier voldoende (en liefst vaker terugkerende) vrijwilligers geworven? 

Voor de meeste organisaties is het antwoord ja. In 2006 stelden wetenschappers Handy en Brudney in een onderzoek al vast dat “organisaties het zich gewoon niet kunnen veroorloven om de nieuwe vrijwilligers en hun vraag naar onregelmatige mogelijkheden te negeren. Ook al lijkt het rendement voor de organisatie – althans op de korte termijn – soms twijfelachtig, op langere termijn bereiken de organisaties waarschijnlijk gewoonweg niet het niveau van inzet dat zij nodig hebben als ze de manier waarop ze vrijwilligers inschakelen niet veranderen.” 


Ook hoogleraar vrijwilligerswerk en strategische filantropie Lucas Meijs van de Erasmus Universiteit zegt in recent artikel in FD Persoonlijk dat “de vrijwillige energie in Nederland uit de grond spuit”, maar dat vrijwilligers vaak niet op de juiste plek terechtkomen, in een tijdelijke functie die bij ze past – omdat ze vaak niet weten dat zulk aanbod er is. Meijs vertelt daarnaast dat uit ervaring blijkt dat flexvrijwilligers relatief vaak terugkeren voor een nieuwe klus en dat een deel van de flexvrijwilligers wel degelijk vaste vrijwilliger wordt bij een organisatie. Onderzoek onderstreept dat: een groot deel van de flexvrijwilligers is ook ergens actief als vaste vrijwilliger. 


Het is dus eigenlijk geen optie om geen flexvrijwilligers te werven. Maar let wel: het op een verkeerde manier werven van flexvrijwilligers levert net zo weinig op als het helemaal niet doen. Het is essentieel om bovenstaande drie stappen te volgen, en zo voldoende rendement te krijgen (in de vorm van jonge, enthousiaste vrijwilligers!) op de investering van tijd en geld.



Ontdek meer op partner.deedmob.com